De reizen van de apostel Paulus
Beckers beeldkaart
Hamburg

PAULUS: het verhaal van zijn leven.


Geboorte
Ongeveer 2000 jaar geleden moet Paulus zijn geboren. Volgens één van de tradities zag hij het levenslicht in Tarsus. In een andere traditie wordt verteld dat hij afkomstig is uit Gischala in Judea; die traditie is te vinden bij de kerkvader Hiëronymus (4de eeuw). Zelf schrijft Paulus dat hij geboren is als een Israëliet en behoort tot de stam Benjamin (Romeinen 11:1 en in Filippenzen 3:5): Ik werd besneden toen ik acht dagen oud was en behoor tot het volk van IsraŽl, tot de stam Benjamin. Dat zegt natuurlijk nog niet veel over de plaats waar hij is geboren. Wel over zijn identiteit: hij beschouwde zichzelf als een Iraëliet; hij voelde zich verbonden met het volk dat zich bevoorrecht achtte op grond van het verbond dat God met Abraham had gesloten. In zijn theologie zal Paulus dit verbond dan ook herhaaldelijk ter sprake brengen. Paulus moet iets jonger geweest zijn dan Jezus van Nazareth. Toen Jezus werd gekruisigd bevond ook Paulus zich naar alle waarschijnlijkheid in Jeruzalem. Of ze toen van elkaars bestaan hebben af geweten is niet bekend.

De bronnen
Vrijwel alles wat we over Paulus weten is gebaseerd op het Nieuwe Testament. Maar niet alle bronnen zijn even betrouwbaar als het gaat om de historiciteit. Waar we met name gegevens uit kunnen putten zijn een aantal brieven die op naam van Paulus staan. Die brieven zijn evenwel niet allemaal door Paulus geschreven. Dit artikel is voornamelijk gebaseerd op die brieven waarvan door de meeste onderzoekers wordt aangenomen dat die wel van de hand van Paulus zijn: de brief aan de Romeinen, I en II Corinthe, Galaten, Filippenzen, I Thessalonicenzen en Filemon. Het zijn dus op één na brieven aan gemeenten. Aan de gemeente in Corinthe schreef hij diverse brieven; die zijn echter niet alle bewaard. De zogeheten 2de brief aan de Korinthiërs is samengesteld uit fragmenten van diverse van zijn brieven aan deze gemeente. Mogelijk zijn sommige van die fragmenten eerder geschreven dan I Korinthe. De andere brieven, die aan Paulus zijn toegeschreven en waarin ongetwijfeld ook gedachtegoed van hem bewaard is gebleven, zijn waarschijnlijk pas na zijn dood geschreven; bedoeld zijn de tweede brief aan de gemeente in Thessalonika, de brief aan de gemeente in Kolosse, de brief aan de gemeente in Efeze, die aan de Hebreeën, de twee brieven aan Timotheüs, en de brief aan Titus. Deze brieven geven ons wel enige informatie over de doorwerking van het gedachtegoed van Paulus, maar voor de vraag naar het leven van Paulus helpen deze brieven ons niet verder. Datzelfde geldt voor De handelingen van de apostelen; dit boek is geschreven door dezelfde auteur die het 3de evangelie heeft geschreven: zijn naam kennen we niet. Al heel vroeg heeft men verondersteld dat het Lucas geweest moet zijn, de arts die door Paulus in zijn brieven wordt genoemd (Kolossenzen 4:14; et vid. 2Tim.4:11; Filem. 24). Maar erg waarschijnlijk is dat niet. We zullen zijn naam in het vervolg dan ook aanduiden als 'Lucas'. De handelingen van de apostelen zijn voor een belangrijk deel gewijd aan het leven en het werk van Paulus. Maar veel van wat erin is opgetekend is historisch niet betrouwbaar. Paulus was al niet meer onder de levenden toen dit boek werd geschreven; maar wat nog belangrijker is: 'Lucas' blijkt bij het schrijven van zijn geschriften zo zijn eigen bedoelingen gehad te hebben; uit een analyse blijkt dat hij het hem ter beschikking staande materiaal naar eigen goeddunken heeft geordend en ook dienstbaar heeft gemaakt aan zijn doelstellingen waarbij hij de historiciteit van ondergeschikt belang vond. Als hij bijvoorbeeld schrijft dat Paulus drie zendingsreizen heeft gemaakt, die allemaal in Antiochië begonnen, dan blijkt daarvoor weinig materiaal aan te dragen te zijn uit de brieven van Paulus die deze voorstelling van zaken kunnen ondersteunen. De vele redevoeringen in het geschrift zijn duidelijk ook gecomponeerd door de schrijver. En ook waar het de rol betreft van de leiders van de Jeruzalemse gemeente heeft het er alle schijn van dat die vooral wordt bepaald door de theologische motieven van de auteur van De handelingen van de apostelen. Er zou nog meer te noemen zijn.

Klein AziŽ in de eerste eeuw.
(Biblisch-Historisches HandwŲrterbuch,
Vandenhoeck & Ruprecht)

Tarsus
Ongeacht of Paulus nu wel of niet in Tarsus is geboren - zeker is wel dat Paulus daar een aantal jaren heeft gewoond. Wellicht was zijn vader er als slaaf terecht gekomen en had hij zich zó verdienstelijk gemaakt dat hij uiteindelijk werd vrijgelaten: dat zou kunnen verklaren hoe Paulus aan het Romeinse staatsburgerschap was gekomen.
Tarsus lag in Cilicië, aan de zuidkust van Turkije, op een afstand van 13 km. van de Middellandse Zee. Er bestond een open verbinding tussen Tarsus en de zee via de rivier de Kydnos. Omdat Tarsus tevens aan een belangrijke handelsweg lag - de weg, die Antiochië verbond met Klein-Azië - was het uitgegroeid tot een grote levendige stad met een gemêleerde stadse bevolking. Tarsus had een lange geschiedenis. Sedert Alexander de Grote vergriekste de stad. De stad verwierf ondermeer bekendheid doordat die een centrum werd van filosofen. De Stoïcijn Athenodoros bijvoorbeeld, die later een leermeester werd van keizer Augustus, kwam er vandaan. Als Paulus daar is opgegroeid heeft hij er ongetwijfeld vloeiend Grieks leren spreken. Omdat zijn ouders afkomstig waren uit Palestina werd hij opgevoed als een Israëliet. Vandaar dat hij kort na zijn geboorte werd besneden en ook een goed Joodse naam kreeg - Saul - waarschijnlijk om daarmee te onderstrepen dat hij uit de stam Benjamin kwam: ook koning Saul had tot die stam behoord. De naam Paulus, waarmee hij vooral bekend is geworden, is zijn Romeinse naam.

Jeruzalem
Op enig moment is Paulus naar Jeruzalem gegaan. We weten niet hoe oud hij toen was. 'Lucas' spreekt over een zuster van Paulus, die eveneens in Jeruzalem woonde (Handelingen 23:16). Wellicht is het hele gezin op enig moment uit Tarsus teruggekeerd en nu in Jeruzalem gaan wonen. Eveneens volgens 'Lucas' werd Paulus toen een leerling van Gamaliël, een beroemd farizees wetgeleerde die in hoog aanzien stond. Van Paulus zelf weten we dat hij in de periode vůůr de grote ommekeer in zijn leven de Joodse regels, wetten en tradities nauwgezet naleefde en dat hij probeerde te voldoen aan alle geboden van God (Galaten 1:14). Gamaliël, zo weten we uit andere bronnen, was werkzaam in Jeruzalem tussen 25 en 50 n. Chr.; Paulus zal misschien een jaar of vijftien geweest zijn, toen hij aan de voeten van deze leermeester zat. Wel duidelijk is het dat Paulus toen behoorde tot de Farizeeën en wel tot een richting die niets moest hebben van de Joden die Jezus als de Messias zagen. Volgens 'Lucas' beschikte Paulus destijds over een volmacht om uit Damaskus volgelingen van Jezus van Nazareth in gevangen te nemen en hen naar Jeruzalem te brengen zodat ze daar berecht zouden kunnen worden. Wat hiervan waar is weten we niet. Feit is dat Paulus in zijn brieven aan de Christelijke gemeenten herhaaldelijk schrijft dat hij "Gods gemeente" (de 'Qehal El') heeft vervolgd (I Corinthe 15:9; Galaten 1:13; I Thessalonicenzen 2:14); en dat dit betrekking had op groepen mensen, die geloofden in Jezus als de messias die was verschenen; zij zagen zichzelf als het vrome volk dat zich verzamelde omdat zijn wederkomst en daarmee het einde der tijden aanstaande was. Klaarblijkelijk was Paulus aanvankelijk van oordeel was dat deze volgelingen van Jezus daarmee de heiligheid van Israël als het uitverkoren volk tekort deden. Paulus zou, terwijl hij onderweg was naar Damaskus, tot een ander inzicht zijn gekomen. Traditioneel wordt gesproken over een bekering maar dit woord suggereert dat hij tot een andere godsdienst zou zijn overgegaan; dat was natuurlijk niet het geval: de eerste Christenen waren ook gewoon Joden, zij het dan dat zij Jezus zagen als de beloofde verlosser. De eerste Christenen gingen ook gewoon wekelijks naar de synagoge en hielden zichzelf ook aan de Joodse leefregels. Deze leefwijze werd pas discutabel vanaf het moment dat ook 'heidenen' (onbesnedenen) zich aansloten bij de Jezusbeweging. Het zou nog tot het einde van de eerste eeuw duren voordat de romeinen het onderscheid wisten tussen Joden en Christenen.

Compositietekening van Paulus door de politie van Noordrijn-Westfalen, in opdracht van de Duitse historicus Michael Heseman die een boek schreef over Paulus.

De ommekeer in het leven van Paulus
Zowel in het boek Handelingen als door Paulus zèlf wordt deze ommekeer in zijn leven een aantal malen ter sprake gebracht. De versies van 'Lucas' wijken echter op een aantal punten af van wat Paulus er zelf over vertelt. Paulus zèlf beschrijft de ommekeer als een verschijningsverhaal: de opgestane Christus is als laatste ook aan hem verschenen, net als daarvoor al aan andere apostelen. Paulus beschouwt zichzelf daarom een 'geroepen apostel'; hij schrijft dat hij is: een apostel die niet is aangesteld of gezonden door mensen, maar door Jezus Christus en God, de Vader (Galaten 1:1). Hij beschouwt het als zijn levensopdracht om het evangelie wereldwijd te verkondigen (zie ook Romeinen 1:1). De woorden, die Paulus gebruikt, zijn ontleend aan het verhaal over de roeping van de profeet Jeremia. Daar blijkt nog eens temeer uit hoe hij zijn eigen roeping plaatst binnen de traditie van het oude Israël en dat hij dus zichzelf inderdaad nog steeds ziet als een vrome Jood die ook na de ommekeer trouw wil zijn aan het geloof van de vaderen. Paulus vertelt, dat hij na deze gebeurtenis niet onmiddellijk is teruggekeerd naar Jeruzalem: hij is naar Arabië gegaan, misschien wel gevlucht. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn, dat hij beducht was voor zowel die gemeenschappen, die hij tevoren had vervolgd als voor de groep Farizeeën waar hij eerst zelf toe had behoord.
'Lucas' echter vertelt een heel ander verhaal: over een verblijf in Arabië horen we van hem niets; integendeel: Paulus zou al snel in Damaskus met vijanden zijn geconfronteerd; vandaar dat hij al snel terugkeert naar Jeruzalem; dat hij ook daar niet veilig is; vandaar dat Barnabas zich over hem ontfermt. Barnabas zorgt ervoor dat Paulus eerst in Caesarea en vervolgens in Tarsus terecht komt. Later zal Barnabas hem daar weer vandaan halen om hem mee te nemen naar AntiochiŽ. Aldus laat Lucas zien dat Paulus vanaf het allereerste begin de bescherming van de apostelen broodnodig had. Er is Lucas klaarblijkelijk veel aan gelegen om uit te leggen dat het ontstaan van de kerk verloopt volgens een goddelijk raadsbesluit en dat het heil uitgaat van Jeruzalem: de stad van David, het centrum van waaruit na IsraŽl vervolgens de hele wereld deel zal krijgen aan het licht. Dat klinkt ook al door in het verhaal over de geboorte van Jezus zoals 'Lucas' het vertelt; in de aankondiging van Jezus' geboorte laat hij de engel zeggen: 31 Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. 32 Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. (Lucas 1:31v.)

Paulus, zoals afgebeeld in het klooster te Moissac (Fr.)

Levensopdracht
Het evangeliseren, dat Paulus als zijn levensopdracht ziet, zal voor hem niet gemakkelijke geweest zijn; de navolging van de wetten van Mozes waaraan hij ongetwijfeld, net als Jezus en de andere apostelen, veel waarde hechtte vormde een obstakel bij de verkondiging van het evangelie aan niet-Joden; immers: kon je van hen nou wel verlangen dat ze de Mozaïsche leefregels strikt zouden naleven? Dat is een vraag, waarover Paulus op enig moment voor zichzelf helderheid kreeg; helaas werd zijn visie lang niet door iedereen met gejuich ontvangen. Zo waren er Joods-christelijke gemeenschappen die vonden dat degenen die volgeling wilden worden van Jezus, zich moesten laten besnijden en zich ook aan al de andere Mozaïsche leefregels houden, ook als ze van huis uit niet Jood waren. Steeds kwam Paulus met zulke gemeenschappen in aanvaring, en uiteindelijk ook met niemand minder dan met Petrus en Jacobus, een broer van Jezus en dus niet de eerste de beste. Jacobus was inmiddels de leider geworden van de Christelijke gemeente in Jeruzalem en genoot op grond daarvan veel gezag. Dat Paulus ook met hen in conflict kwam is opvallend omdat uit de brief Van Paulus aan de Galaten blijkt, dat er aanvankelijk een goede verstandhouding heeft bestaan tussen Paulus en de apostelen in Jeruzalem. Er waren wel anderen uit Jeruzalem die moeite hadden met de opvattingen van Paulus. Maar klaarblijkelijk is er na verloop van tijd een andere wind gaan waaien.
Uit zijn brieven blijkt dat Paulus ook elders veel weerstand ontmoet. Mogelijk heeft hij het daarom op enig moment wijs geacht om - in gezelschap van Barnabas en Titus - af te reizen naar Jeruzalem voor overleg: Na verloop van veertien jaar ging ik opnieuw naar Jeruzalem, samen met Barnabas en Titus. Dat was mij in een openbaring opgedragen. In besloten kring legde ik de belangrijkste broeders het evangelie voor dat ik aan de heidenen verkondig, want ik wilde me ervan overtuigen dat mijn inspanningen, toen en nu, niet voor niets waren. (Galaten 2:1v.) Wanneer dat precies is geweest is niet zo duidelijk. De schrijver van de Handelingen der apostelen ('Lucas') wil zijn lezers doen geloven dat het al betrekkelijk snel was: na 'de eerste zendingsreis', maar dat lijkt niet waarschijnlijk omdat Paulus in zijn brief aan de Galaten schrijft dat hij na de ommekeer in zijn leven eerst 2 volle jaren in ArabiŽ is geweest, dat hij vervolgens is teruggekeerd naar Damaskus, vervolgens een kort bezoek heeft gebracht aan Jeruzalem - om kennis te maken met Petrus - en dat hij daarna pas na 13 volle jaren opnieuw in Jeruzalem is geweest (Gal.1:17-23). Verder vertelt Paulus ook, dat het overleg daar bevredigend is verlopen: de Jeruzalemmers waren onder de indruk van de resultaten van zijn werkzaamheden en zeer te spreken over zijn opvattingen; er worden vervolgens dan ook afspraken gemaakt over een taakverdeling. De bijeenkomst moet volgens Paulus dus hebben plaatsgevonden ruim 15 jaar na de ommekeer in zijn leven (50/.?)
Volgens Paulus ontstond er naderhand - in AntiochiŽ - toch onenigheid met Petrus. Paulus heeft geen goed woord voor over voor het gedrag van Petrus: hij maakt hem uit voor een huichelaar. En tot zijn grote teleurstelling haalt zelfs Barabbas bakzeil! Het lijkt erop dat Paulus daarmee in een isolement is terecht gekomen.

Arabië
Zoals gezegd: 'Lucas' weet niets af van een verblijf van Paulus in ArabiŽ. Dit verblijf in ArabiŽ had mogelijk te maken met conflicten die al onmiddellijk ontstonden op grond van de inhoud van zijn prediking; is hij wellicht uit Damaskus naar 'Arabië' gevlucht? Waar moeten we dit land zoeken? En waarom ging hij juist daarheen? En waarom is hij na ruim twee jaar weer teruggegaan naar Damaskus? Dacht hij dat de kust er inmiddels veilig was? Ondervond hij ook in 'Arabië inmiddels weerstand? Het zijn vragen die niet te beantwoorden zijn. Het feit, dat hij later schrijft over koning Aretas die zijn plaatsbekleder in Damaskus de opdracht gaf om uit te kijken naar Paulus en hem zo mogelijk gevangen te nemen, maakt het aannemelijk dat Paulus is uitgeweken naar het land van de Nabataeërs met Petra als hoofdstad; van dat land was destijds Aretas koning. Omdat dit koningschap heeft geduurd tot het jaar 40 moet het verblijf van Paulus in dat gebied daarvoor hebben plaatsgevonden. Het is niet onwaarschijnlijk dat Paulus ook in Nabataea al is begonnen met het verkondigen van zijn evangelie en dat daarom ook daar al snel onrust ontstond. Hoe dat ook zij: op enig moment moet Paulus het opportuun hebben gevonden om terug te gaan naar Damaskus; maar ook daar was hij, naar al snel bleek, niet veilig: Toen ik in Damascus was, liet de stadhouder van koning Aretas de stad afsluiten om mij gevangen te nemen; ik kon alleen aan hem ontkomen doordat ik in een mand door een venster in de muur werd neergelaten. (2 Cor.11:32v).

Barnabas
Barnabas was afkomstig uit Cyprus. Hij was waarschijnlijk iets ouder dan Paulus. Ze hadden met elkaar gemeen dat ze van Joodse afkomst waren: Barnabas was een Leviet. Ook hij is een volgeling van Jezus geworden. Volgens 'Lucas' is hij in Jeruzalem gaan wonen. Lucas vertelt dat hij een akker had, die hij verkocht om de opbrengst daarvan ten goede te laten komen aan de Christelijke gemeenschap. Barnabas zou later door de gemeente van Jeruzalem als afgevaardigde naar Antiochië zijn gezonden. De lezer kan daaruit afleiden hoeveel gezag Barnabas genoot. Van Paulus horen we alleen dat hij jaren lang intensief met Barnabas heeft samengewerkt. Heeft Paulus Barnabas inderdaad in Jeruzalem leren kennen? Van Paulus horen we daar niets over. Is hij later door Barnabas uit Tarsus naar Antiochië gehaald? Ook daar horen we niets over van Paulus; AntiochiŽ wordt in de brieven van Paulus slechts ťťn keer genoemd en wel waar het gaat over het conflict met Petrus (Galaten 2:13). Volgens 'Lucas' beginnen alle reizen van Paulus in AntiochiŽ en keert hij daar na afloop ook weer terug om zijn bevindingen te rapporteren. Hieruit lijkt de conclusie getrokken te kunnen worden dat ook de drie zendingsreizen van Paulus een constructie zijn van 'Lucas'. Zo benadrukt 'Lucas' dat Jeruzalem het centrum was van waaruit het evangelie via Antiochië is verbreid. In Antiochië zouden 'De mensen van de weg' voor het eerst Christenen zijn genoemd (Handelingen 11:26). 'Lucas' beschrijft de gemeenschap in Antiochië als een modelgemeente waarin de mensen uit de besnijdenis samen met de onbesnedenen harmonisch met elkaar konden samenleven. Voor een conflict tussen Barnabas en Paulus is in deze visie dan ook geen plaats: in De handelingen van de apostelen is daarvan dan ook geen spoor terug te vinden.

Cylicië en Phrygië.
In de jaren die volgden op het eerste bezoek van Paulus als apostel aan Jeruzalem heeft hij klaarblijkelijk geruime tijd in Klein-Azië het evangelie gebracht. Wat dit heeft opgeleverd is niet zo duidelijk. 'Lucas' weet te vermelden dat Paulus in die streken samen met Barnabas en Johannes Marcus is opgetrokken. En er is weinig reden om te veronderstellen dat dit niet zo zou zijn geweest. Volgens 'Lucas' bezochten zij o.a. Perge, het phrygische Antiochië, Ikonion, Lystra en Derbe. Ze kwamen er in de synagogen en spraken er met de mensen ondermeer over de gekruisigde Christus die was opgewekt. Hun pad ging niet altijd over rozen: 'Lucas' vertelt dat zij in Lystra ter nauwernood een steniging overleefden (Handelingen 14: 19bvv.) Paulus somt later ook zelf op wat hij zoal te verduren heeft gehad: Door de Joden ben ik vijfmaal met veertig min ťťn zweepslagen gestraft, ik ben driemaal met stokslagen gestraft, ik ben eenmaal met stenen bekogeld en heb driemaal schipbreuk geleden. Eťn keer heb ik een heel etmaal op zee rondgedreven. Voortdurend was ik onderweg, bedreigd door rivieren, rovers, volksgenoten en vreemdelingen, in gevaar in de stad, in de woestijn, op zee en te midden van schijngelovigen. Ik heb gezwoegd en geploeterd, vaak zonder te slapen, hongerig en dorstig, vaak zonder te eten, verkleumd en zonder kleren (2 Cor. 11:24-27). Verder blijkt uit het feit dat hij een brief aan de GalatiŽrs heeft geschreven (ook al weten we niet precies wie daarmee nu eigenlijk bedoeld zijn) dat hij in Centraal-Klein-AziŽ enig succes heeft gehad.

Galatië
Uit de brief, die Paulus aan de Galaten heeft gestuurd blijkt, dat hij bij zijn eerste bezoek aan dit gebied ernstig ziek was. De Galaten zijn van oorsprong Galliërs en waren woonachtig in het binnenland van Klein-Azië; de mensen waar het hier om gaat, stonden bekend als een krijgslustig volk. Ze spraken Keltisch. Maar: er waren er klaarblijkelijk ook die gehelleniseerd waren en dus Grieks spraken. Anders had Paulus niet met hen kunnen communiceren. Paulus noemt geen plaatsen waar hij is geweest: mogelijk moeten we ons voorstellen dat hij in dit gebied diverse gemeenschapjes heeft gesticht. En dat de brief, die hij hen later zal sturen, dan ook bedoeld was voor verschillende groepen. Achteraf prijst Paulus de Galaten voor de goede zorgen die hij tijdens dit eerste bezoek van hen heeft ondervonden (Galaten 4:13vv.). Was zijn ziekte destijds de reden geweest om geruime tijd bij hen te blijven? Ook dat weten we niet, net zo min als hoe Paulus bij hen terecht gekomen is, en of dat zijn vooropgezette bedoeling is geweest. Wat we wel weten is, dat hij altijd erop uit was om ergens heen te gaan waar nog niet eerder was geëvangeliseerd: Zo heb ik vanuit Jeruzalem en helemaal tot aan IllyriŽ het evangelie van Christus verspreid, 20 maar ik heb er een eer in gesteld het niet op plaatsen te verkondigen waar Christus al bekend was. Ik wilde niet op het fundament van een ander bouwen.(Romeinen 15:19vv.)

Ikoon met daarin Paulus en zijn volgelingen, zittend in het scheepje dat hen 'thuis' moet brengen; de zee verwijst naar de ondoorgrondelijke diepten van dit bestaan; aan het roer zit Christus - incognito - te herkennen aan zijn hoofdbedekking - de ochtendster: "Ik ben .. de stralende morgenster" (Openbaring 22:16). Fecit Kerkwinkel Koinonia.

Op weg naar Europa.
Was Paulus al vanaf het eerste begin vast besloten om het evangelie in de hele wereld te verkondigen? Of was het misschien zo, dat Paulus ook in GalatiŽ al gauw zoveel weerstand ondervond dat hij zijn heil elders zocht? Hoe dat ook zij: uiteindelijk trok hij verder in de richting van Europa. De reis bracht hem in Philippi en vervolgens in Thessalonika. We zagen al dat hij ook in Illyrië is geweest. Dat is het huidige Albanië. Het wordt in de brief aan de Romeinen terloops genoemd, maar verder hebben we daarover geen informatie.

Philippi
Paulus komt met zijn gezelschap al spoedig aan in Philippi. Tot zijn gezelschap behoorden ondermeer Silvanus en TimotheŁs. Van Silvanus weten we niet zoveel; het vermoeden bestaat dat hij nog wat 'joodser' dacht dan Paulus. TimotheŁs was volgens 'Lucas' de zoon van een Joodse moeder die christin was geworden en een heidense vader (Handelingen 16:1). Paulus noemt hem zijn 'medearbeider' en vertrouwt hem verscheidene opdrachten toe. Hem prijst Paulus bijna de hemel in: 19 In vertrouwen op de Heer Jezus hoop ik dat ik TimoteŁs snel naar u toe kan sturen; het zal mij goed doen te weten hoe het met u gaat. 20 Er is verder niemand die zich net zo oprecht als ik om u bekommert (Philippenzen 2:20). Philippi is een militaire kolonie: veel Romeinse veteranen werden daarheen gezonden om er een welverdiende oude dag door te brengen. Er werd in Philippi dus behalve Grieks ook Latijn gesproken. Zou Paulus het Latijn machtig geweest zijn? Dat weten we niet. Hij had wel een Romeinse naam. Ook was hij Romeins staatsburger. Er zijn meer zaken te noemen waaruit een zekere verbondenheid spreekt van Paulus met de Romeinen en de Romeinse overheid. Het is dan ook niet ondenkbaar dat Paulus het Latijn machtig was. Later vermeldt Paulus dat hij door de gemeenschap van Philippi financieel werd gesteund: klaarblijkelijk is er tijdens zijn verblijf een warme band ontstaan. Na verloop van tijd liep zijn verblijf echter ook daar uit op een conflict: waarschijnlijk werd Paulus bij die gelegenheid opnieuw gevangen genomen, gegeseld en vervolgens de stad uitgezet. We lezen hierover in de eerste brief, die Paulus later zal schrijven aan de gemeente in Thessalonika U weet zelf, broeders en zusters, dat ons bezoek aan u niet tevergeefs is geweest. Ondanks de mishandelingen en beledigingen die wij, zoals u bekend is, in Filippi te verduren hadden, vonden we in vertrouwen op onze God de moed u bekend te maken met zijn evangelie. (I Thess. 2:1v.).

Griekenland in de eerste eeuw
(Biblisch-Historisches HandwŲrterbuch,
Vandenhoeck & Ruprecht)

Thessalonika
Als gevolg van de gebeurtenissen in Philippi komt Paulus waarschijnlijk verzwakt in Thessalonika aan, terwijl de striemen op zijn lichaam nog goed zichtbaar zijn. Thessalonika was een stad met privileges: die had men te danken aan de solidariteit die de bevolking destijds, toen Caesar en Antonius er met hun legers waren, had betoond. Ongetwijfeld zullen Paulus en zijn reisgenoten contact hebben opgenomen met de mensen van de synagoge: zo deed Paulus dat steeds. Toch zullen de meeste bekeerlingen hier wel zijn voortgekomen uit de niet-Joden. Paulus "debatteerde" met de mensen van de synagoge: en die woorden voorspellen niet veel goeds. In zijn brief aan de gemeente zal hij later memoreren hoe hij over hen denkt: Ze mishagen God en zijn alle mensen vijandig gezind, omdat ze ons beletten andere volken bekend te maken hoe ze kunnen worden gered.(I Thess. 2:16). Hij zal de gemeente in Thessalonika dan ook aansporen om zich zelf anders - voorbeeldig te gedragen, 'terwille van hen die buiten zijn' (Thess. 4:12).

De agora (= markt) van het oude Athene, gezien vanaf de Areopagus; de tempel op de achtergrond was gewijd aan de god Hephaistos (het z.g. Theseion); doordat de tempel later als kerk is gebruikt is dit de beste bewaarde tempel van Griekenland.

Athene
Na zijn vertrek uit Thessalonika reist Paulus (met Silas?) zuidwaarts en dus niet naar Rome. Heeft Paulus wellicht vernomen van het besluit van keizer Claudius: "Judaeos impulsore Chresto assidue tumultuantis Roma expullit" (= Hij [Claudius] verdreef de Joden die - opgehitst door Christus - voortdurend voor onrust zorgden uit Rome), aldus weet Suetonius een paar decennia later te berichten in zijn 'Vita Claudii'; er is wel gesuggereerd dat dit besluit voor Paulus voldoende reden was om dan maar eerst naar Athene te gaan. Van Paulus zelf horen we niet veel meer dan dat hem in Athene al berichten bereikten over de gemeenten in Thessalonika die hem verontrustten. Vandaar dat hij TimotheŁs terug liet gaan: Omdat we het niet langer uithielden, besloten we TimoteŁs naar u toe te sturen, onze broeder en Gods medewerker in de verkondiging van het evangelie van Christus. Zelf bleven we in Athene achter. TimoteŁs moest u sterken en aanmoedigen in uw geloof (I Thess.3:1v; et vid.5,6). Volgens 'Lucas' wachtten Paulus in Athene nieuwe tegenslagen. Zijn preken sloegen er niet aan. We vernemen wel dat één vooraanstaand Athener (Dionysius, een Areopagiet) zich liet bekeren. Behalve de naam van Dionysius wordt ook de naam van een vrouw vermeld, Damaris: ook zij bekeerde zich tot het Christendom. In een brief, die Paulus later naar de gemeente van Corinthe zal sturen, valt mogelijk een echo te ontdekken van zijn persoonlijke bevindingen tijdens zijn verblijf in Athene: Toch is wat wij verkondigen wijsheid voor wie volwassen is in het geloof. Het is echter niet de wijsheid van deze wereld en haar machthebbers, die ten onder zullen gaan. 7 Waar wij over spreken is Gods verborgen en geheime wijsheid, een wijsheid waarover God vůůr alle tijden besloten heeft dat wij door haar zouden delen in zijn luister.(I Corinthe 2:1vv).

Corinthe
Corinthe was een grote handelsstad. Voor een reiziger in hart en en nieren zoals Paulus moet het toch wel bijzonder geweest zijn om ruim anderhalf jaar ononderbroken in dezelfde stad te werken. Ooit was Corinthe een bloeiende Griekse stad, berucht om de tempelprostitutie. Maar in 146 v. Chr. kwam er een einde aan de (tweede) Achaeïsche Bond waarbij Corinthe, dat deel uitmaakte van de bond, als vergelding door de Romeinse consul Lucius Mummius met de grond gelijk werd gemaakt. De burgers werden vermoord of als slaven verkocht. En het werd verboden om de stad opnieuw op te bouwen. Pas zo'n 100 jaar later werd de stad opnieuw 'gesticht' door Julius Caesar. Sedertdien was het een Romeinse kolonie. Omdat het zo strategisch ligt kwam het al spoedig weer tot bloei, en herkreeg Corinthe het karakter van een haven- en handelsstad. Vandaar waarschijnlijk dat hier ook een synagoge was. Na aankomst wendt Paulus zich zoals altijd ook hier allereerst tot de Joden. En zowaar: dit keer met enig succes. We vernemen dat een zekere Crispus, die leiding gaf aan de synagoge, zich met heel zijn huis door Paulus heeft laten dopen (I Corinthe 1:14; Handelingen 18:8). De Christelijke gemeente die ontstond bestond aanvankelijk naar alle waarschijnlijkheid uit mensen, die afkomstig waren uit de plaatselijke synagoge. Al snel blijkt echter dat de samenstelling van deze gemeente verandert: zo ontstaat er gemêleerde gezelschappen bestaande uit Joden, Grieken en Romeinen; uit zowel armen als rijken: "Onder u waren er niet veel die naar menselijke maatstaf rijk waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren", zal Paulus later schrijven (I Corinthe 1:26). Deze mededeling impliceert dat er weldegelijk ook rijken, machtigen en voornamen deel uitmaakten van deze gemeente. Recent onderzoek heeft uitgewezen, dat de voorstelling dat het Christendom vooral mensen aansprak uit de onderste lagen van de bevolking, onjuist is. Alleen al het feit dat het doorgaans Grieks sprekenden betrof wijst erop dat het mensen waren die participeerden in de urbane samenleving. Niet zelden hadden zij zich daarbinnen een goed bestaan weten op te bouwen. Mede dankzij de welvaart van sommigen kon zo'n gemeente dan ook nogal eens beschikken over huizen waarin men kon samenkomen. Zo vormden zich betrekkelijk kleine gemeenschappen ('huizen'; huisgemeenten). Hoe het deze gemeenschappen in Corinthe is vergaan valt te reconstrueren uit de correspondentie van Paulus uit de periode na zijn eerste verblijf in deze havenstad.


Romeins bronhuis in Corinthe; op de achtergrond de 'akrocorinth', de kalkrots waarop de bevolking van Corinthe zich in tijden van gevaar terugtrok en waar de kruisvaarders later een fort bouwden.

Als Paulus na anderhalf jaar besluit om Corinthe te verlaten, voert de reis hem naar Efeze. Al spoedig na zijn vertrek wordt duidelijk dat ook in Corinthe meningsverschillen ontstaan over diverse kwesties: aanvankelijk betroffen die voornamelijk de leefregels (huwelijk, maaltijden, heidens offervlees, echtscheiding etc.); vervolgens ook theologische vraagstukken (opstanding, vieringen, ware en valse evangelieverkondiging etc.). De geschillen werden mede veroorzaakt doordat er evangeliepredikers naar Corinthe waren gekomen met een wat andere boodschap dan die van Paulus. Als Paulus hierover hoort besluit hij om een brief te schrijven; deze eerste brief is ofwel niet bewaard gebleven, ofwel (voor een deel) terug te vinden in wat wij "de 2de brief aan de Corinthiërs" noemen. In I Corinthe reageert Paulus op vragen die hem zijn gesteld. II Corinthe vormt, zoals al werd opgemerkt, geen eenheid maar is samengesteld uit fragmenten van een aantal brieven. Er zijn diverse pogingen ondernomen om die fragmenten chronologisch te rangschikken om zodoende te reconstrueren wat er precies is gebeurd. Maar daarover is geen zekerkheid meer te verkrijgen. De in mijn ogen meest plausibele reconstructie wijst uit dat Paulus na zijn eerste verblijf in Corinthe daar nog twee maal is terug geweest. Toen hij na zijn eerste bezoek hoorde over de onenigheden binnen de gemeenschappen heeft hij aanvankelijk geprobeerd om door het schrijven van brieven de onrust te bezweren. Toen dat niet lukte heeft hij er mensen heen gestuurd: Apollos en TimotheŁs. Maar ook dat leidde niet tot een bevredigend resultaat. Vandaar dat hij besloot om zelf weer naar Corinthe te gaan: zijn voornemen was om slechts een kort bezoek te brengen en om daarna door te reizen naar de gemeenschappen in MacedoniŽ; zijn plan was om vervolgens weer terug te keren naar Corinthe voor een wat langer verblijf. Hij had ook beloofd terug te komen. Het liep echter anders: tijdens het korte bezoek zijn er een aantal onverkwikkelijke dingen gebeurd die voor Paulus voldoende reden vormden om zijn reisplannen te herzien. Waarschijnlijk is hij dan ook uit MacedoniŽ rechtstreeks teruggegaan naar Efeze. Hij vreest dat dit besluit hem niet in dank zal worden afgenomen want al meteen verdedigt hij zich tegen het mogelijke verwijt dat hij onbetrouwbaar zou zijn en zijn beloften zou hebben gebroken. Uiteindelijk, na de nodige correspondentie en nadat hij Titus naar Corinthe heeft gestuurd, komt er een verzoening tot stand. Dat schept voor Paulus de mogelijkheid om alsnog een derde bezoek te brengen aan Corinthe: daaraan vooraf reist hij naar Troas, en naar Macedonië. Daar ontmoet hij Titus. Samen met hem, en vergezeld van een delegatie uit Thessalonika, reist hij naar Corinthe. En van daar, met de inmiddels opgehaalde gelden voor de armen in Jeruzalem, via Efeze naar Jeruzalem.

Het is niet ondenkbaar dat Paulus, in de periode dat hij in Efeze heeft gewerkt tussentijds nog een ander bezoek aan Jeruzalem heeft gebracht. Dat zou dan het bezoek zijn geweest, waaraan hij refereert in zijn brief aan de Galaten: Na verloop van veertien jaar ging ik opnieuw naar Jeruzalem, samen met Barnabas en Titus. Dat was mij in een openbaring opgedragen. In besloten kring legde ik de belangrijkste broeders het evangelie voor dat ik aan de heidenen verkondig, want ik wilde me ervan overtuigen dat mijn inspanningen, toen en nu, niet voor niets waren. (Galaten 2:1vv.) Die dertien volle jaren (zoals de vertaling eigenlijk zou moeten luiden!) doen vermoeden dat dit bezoek moet hebben plaatsgevonden toen Paulus al in Efeze werkzaam was. Mogelijk waren het de conflicten waar Paulus in Philippi, en daarna in Thessalonika en Corinthe mee te maken had gekregen, die voor hem een gerede aanleiding vormden om kwesties rond de inhoud van zijn boodschap en de geldigheid van de Joodse leefregels voor de heidenen maar eens aan de orde te stellen en hierover met de 'zuilen' (Petrus, Johannes en Jacobus de broer van Jezus) van gedachte te wisselen. Dat 'Lucas' in De handelingen van de apostelen er zijn eigen verhaal van maakt behoeft verder geen betoog.
"De mystieke molen": Paulus bij een molen waarin het graan van Mozes moet worden vermalen voordat het geschikt is voor consumptie.
Sculptuur op een kapiteel van een zuil in de Madeleine Basiliek te Vťzelay.

Het evangelie volgens Paulus.
De problematiek die steeds weer speelde is inmiddels genoegzaam bekend: er waren groepen uit IsraŽl - besnedenen dus - die zich hadden aangesloten bij de volgelingen van de rabbi uit Nazareth. Zij vonden dat degenen die voortkwamen uit de volkeren - heidenen dus die niet waren besneden - zich moesten laten besnijden als ze zich een volgeling van messias Jezus wilden noemen. Waarschijnlijk is, dat degenen die zo dachten banden hadden met de oudste Christelijke gemeenschap: die in Jeruzalem. De Godvrezenden uit de heidenen behoorden tot groepen die sympathiseerden met de Joden maar niet leefden volgens de Joodse voorschriften; uit deze groepen waren er ook die Jezus als messias erkenden, Hellenisten: mensen die vertrouwd waren met de urbane samenleving; het waren Grieks sprekenden. Sommigen van hen gingen in hun sympathie voor het Joodse geloof zover dat ze zich lieten besnijden. Anderen echter gingen niet zover. Hoe heeft nu Paulus zich in dezen opgesteld? Vond hij wellicht ook dat 'Grieken' (Hellenisten) zich moesten houden aan de Mozaïsche leefregels? Nee: hij vond van niet! Hij brengt deze problematiek uitvoerig ter sprake: zowel in de brief aan de Galaten als in zijn brief aan de Romeinen. Maar de situatie in GalatiŽ ligt anders dan die in Rome. Paulus stelt zich op het standpunt dat degenen die afkomstig zijn uit IsraŽl zich, net als voorheen, moeten houden aan de oude Joodse leefwijze; zelf doet hij dat ook. De volgelingen van Christus echter, die afkomstig zijn uit de volkeren, hoeven zich niet te laten besnijden en hoeven zich ook verder niet te houden aan de leefregels zoals die voor Joden gelden. Paulus verwijst daarbij naar het verhaal over Abraham, die terecht beschouwd mag worden als een voorbeeld voor alle gelovigen, zowel die van de besnijdenis als de onbesnedenen. Toen Abraham door God geroepen werd om weg te trekken uit zijn land langs wegen die God hem zou wijzen was hij ook nog niet besneden. Maar hij gehoorzaamde en dat werd hem tot gerechtigheid gerekend. Later sloot God een verbond met Abraham, waarbij hem werd beloofd dat hij een groot nageslacht zou krijgen. De besnijdenis was het teken van dat verbond. Zowel besnedenen als onbesnedenen maken aanspraak op Gods goedheid. Het enige waar het op aankomt is het geloof. Beiden, zowel de mensen uit IsraŽl als die uit de volkeren mogen vertrouwen op de barmhartigheid van de God van Abraham. Of je nu besneden bent of niet maakt daarin geen verschil. Wat de doorslag geeft is of je wel of niet gelooft in die God. Wel is het zo dat de besnedenen in zekere zin bevoorrecht zijn: want de wet (tora) hebben zij oog gekregen voor de slechtheid van de mens. Daar staat tegenover dat diezelfde wet steeds weer een verzoeking is. De tora is dus tegelijkertijd een eye-opener en een beproeving. Wie onder de wet staan mogen zich daarop echter niet laten voorstaan: voor God zijn allen gelijk.
Volgens Paulus konden de mensen in Jeruzalem zich aanvankelijk goed vinden in zijn opvattingen (Galaten 2:9v). Volgens de schrijver van de Handelingen van de apostelen zijn er afspraken gemaakt over wat je wel van de heidenen zou mogen verwachten. Zo daar al sprake van is geweest dan hebben die afspraken nooit enig effect gehad: mogelijk omdat al betrekkelijk snel (als gevolg van de gebeurtenissen in het jaar 70!) de kwestie was achterhaald. Voor Paulus was de zaak volstrekt duidelijk: de kopstukken uit Jeruzalem konden zich goed vinden in zijn theologie; vandaar ook dat Titus zich niet hoefde te laten besnijden: "dat wilden alleen een paar schijnbroeders, die als spionnen waren binnengedrongen...'.(Galaten 2: 3vv.)

Uit de omgeving van Efeze: een kruik uit de Romeinse tijd, die nog steeds in gebruik is. De bodem is nog bezaaid met resten uit de oudheid.

Efeze
Efeze was een bloeiende handelsstad. Rond het jaar 300 was de stad geheel opnieuw aangelegd conform de opvattingen die er in die tijd onder stadsarchitecten leefden. Het was een stad met een regelmatig patroon van straten die loodrecht op elkaar stonden. Efeze was vooral beroemd om het wereldwonder dat er te vinden was: de tempel van Artemis. Weliswaar was die in 356 v. Chr. door brand verwoest, maar deze werd daarna snel opnieuw opgebouwd in zijn oude glorie en nog fraaier gemaakt door het op te smukken met het werk van de meest vooraanstaande kunstenaars uit de oudheid. In de tijd van Paulus was het dan ook een stad met een Romeins karakter. De reizigers troffen er ondermeer een tempel aan voor de keizer. Bestuurlijk was het echter zelfstandig. Het was een stad met zo'n 200.000 inwoners. Deze waren afkomstig uit alle windstreken: voor Paulus dus opnieuw een strategisch centrum met het oog op de verbreiding van het evangelie. Uit de betrekkelijk schaarse gegevens waarover we beschikken wordt duidelijk dat zijn arbeid er vruchtbaar was. In de brief aan de Romeinen komt een hoofdstuk voor, dat niet in die brief thuishoort: in hoofdstuk 16 groet Paulus een reeks mensen, die welhaast zeker thuishoren in Efeze. Heeft Paulus wellicht een afschrift van de brief, die hij later vanuit Corinthe aan de gemeente in Rome zond, naar Efeze gestuurd? Of behoort deze lijst bij een korte brief van Paulus aan de gemeente in Efeze waarin hij Phoebe, die hij uit Corinthe naar Efeze zendt, aanbeveelt (Romeinen 16:1)? En waarin hij waarschuwt tegen mensen die tweedracht zaaien (Romeinen 16: 17-19)? Hoe dit ook zij, uit de lijst met personen die hij groet wordt veel duidelijk over de christelijke gemeenschap in Efeze. Onder hen zijn een aantal groepen mensen, d.w.z. huisgemeenten; behalve Prisca en Aquila worden het huis van Aristobulus en het huis van Narcissus genoemd. Waarschijnlijk zal het beeld in Efeze niet anders geweest zijn dan in andere steden en moeten we ons voorstellen dat er net als in Corinthe bepaalde plaatsen van samenkomst waren waar groepen elkaar ontmoetten. In v. 14 en 15 vinden we ook de opsomming van namen die er eveneens op duiden dat hier sprake is van twee huisgemeenten. Al met al worden 26 namen genoemd. Uit wat Paulus over elk van hen zegt blijkt, dat hij hen allen goed kent en dat hij hen in dankbaarheid gedenkt. Wat ook opvalt is, dat Paulus spreekt over personen waarmee hij samen gevangen heeft gezeten. De tijd, die hij in Efeze heeft doorgebracht, mag dan succesrijk geweest zijn, maar bepaald niet zorgeloos. "In Efeze heb ik op leven en dood gevochten", schrijft hij aan de gemeente in Corinthe (I Corinthe 15:32) en even verderop schrijft hij dat "de deur in Efeze wijd open staat voor zijn werk, maar dat er ook daar vele tegenstanders zijn" (I Cor. 16:8). Soms neigt hij er zelfs toe de dood te verkiezen boven het leven (Philippenzen 1:22vv.). Bij al deze narigheid heeft hij veel steun ondervonden van de gelovigen in Efeze; daarover zal hij later schrijven: "Groet Prisca en en Aquila, mijn medewerkers in de dienst aan Christus Jezus, die voor mij hun leven op het spel hebben gezet; niet alleen hun ben ik dankbaar, maar ook alle gemeenten van de heidenen." (Romeinen 16:3v.). Tijdens zijn betrekkelijk lange verblijf in Efeze heeft Paulus ook intensief contacten onderhouden met gemeenten die hij vroeger had bezocht. Dat blijkt uit de brieven, die hij vanuit Efeze heeft geschreven, waarvan sommige in gevangenschap; maar het blijkt ook uit de mensen en groepjes mensen, die hij daar ontving. Klaarblijkelijk kwam men naar hem toe om raad. En niet zelden ook met vervelende berichten zoals die uit het gebied van de Galatiërs en uit Corinthe.

Fragmenten van de steen, die in Delfi is gevonden met daarop de naam van Gallio. De tekst bevat waarschijnlijk een reactie van keizer Claudius op een bericht van Gallio, waarin deze de leegloop van Delphi meldt. In deze reactie is sprake van "mijn vriend en proconsul Gallio"(r. 6). De inscriptie moet vermoedelijk gedateerd worden in het jaar 51.

Voor zijn vertrek uit Corinthe na zijn derde bezoek aan die stad zal Paulus ook de brief aan de gemeente in Rome hebben geschreven waarin hij onder meer laat weten nu toch echt van plan te zijn om Rome te bezoeken. Zodra hij in Jeruzalem is geweest zal hij afreizen naar Spanje en daarbij Rome aandoen. Hij kon toen nog niet weten wat hem in Jeruzalem te wachten stond: volgens 'Lucas' was er een moordaanslag tegen hem beraamd en werd hij er gearresteerd. Het plan voor de moordaanslag zou tijdig zijn ontdekt; de arrestatie zou er uiteindelijk op zijn uitgelopen dat hij als gevangene naar Rome werd gebracht. Wat hiervan waar is weten we niet. En evenmin of Paulus ooit in de gelegenheid geweest is om alsnog door te reizen naar Spanje.

Rome
Hoe het Paulus in Rome is vergaan is niet bekend. 'Lucas' weet te vertellen dat Paulus nog een lange tijd gelegenheid heeft gehad om er te evangeliseren. Van schrijvers uit de tweede eeuw vernemen we dat Paulus er als martelaar is gestorven. En van Clemens Romanus, die beschouwd wordt als de eerste bisschop van Rome, is een brief bewaard gebleven die hij aan de gemeente in Corinthe heeft verzonden en die vermoedelijk rond het jaar 95 is geschreven. Daarin waarschuwt deze bisschop ondermeer voor onderlinge rivaliteit, jaloezie en tweedracht. In dat verband draagt hij een reeks afschrikwekkende voorbeelden aan uit het Oude Testament waarin volgens hem sprake is van broedermoord (Kaïn en Abel, Jozef en zijn broers, de Israëliet die Mozes deed vluchten naar de Sinaï, enz.). Men heeft wel gemeend dat deze Clemens daarmee insinueerde dat ook Paulus en Petrus uiteindelijk het leven hebben moeten laten als gevolg van 'broedermoord'. Er zijn meer aanwijzingen in deze richting. Het slot van De handelingen van de apostelen roept het beeld op van een Paulus, die uiteindelijk in een isolement is terecht gekomen: hij was er 'een gevangene' in een dubbele betekenis: van de overheid en tegelijkertijd van zijn tegenstrevers, omdat die nu feitelijk geen last meer van hem hadden. Pas berichten uit een latere tijd zijn éénstemmig als het gaat om de vraag hoe Paulus aan zijn einde is gekomen: hij zou zijn onthoofd. Daarbij dienen we wel te bedenken dat die berichten stammen uit een periode waarin het martelaarschap werd gecultiveerd.
De haven van Puteoli, op een fresco gevonden in Stabiae. Deze muurschildering wordt bewaard in het Museo Archeologico Nationale te Napels. Hier, in Puzeoli (Pozzuoli) zette Paulus (volgens 'Lucas') na zijn lange zeereis voet aan wal.

Epiloog (1)

Clemens schrijft in de brief, die hij aan de gemeente in Corinthe zendt dat de de grootheid van Paulus met name blijkt uit zijn vasthoudendheid: hij heeft, ondanks alles wat hij heeft moeten doorstaan, met grote volharding zijn evangelie verkondigd "in de hele wereld, van Oost tot West, ja tot in het uiterste westen". Men heeft uit deze mededeling ook wel gemeend te mogen opmaken dat Paulus ook nog in Spanje is geweest. Immers, wanneer iemand in Rome schrijft over oost en west en het uiterste westen, dan zou je toch mogen aannemen dat Paulus in Rome nog weer in vrijheid is gesteld en dat hij ook nog Spanje heeft kunnen bezoeken. Dat hij dit al geruime tijd van plan was blijkt wel uit de brief die hij aan de gemeente vanuit Corinthe in Rome heeft gestuurd (Romeinen 15:24,28). Maar of het daar ook werkelijk van gekomen is valt uit de gegevens waarover we beschikken niet op te maken. Zeker lijkt wèl, dat Paulus het niet meer heeft meegemaakt, dat het front waartegen hij zijn leven lang heeft gestreden, kort na zijn dood de genadeklap heeft gekregen: op het moment dat Jeruzalem, het religieuze centrum van het Jodendom, werd vernietigd (het jaar 70). Vanaf dat moment zien we ook dat Petrus Paulus langzaam zal verdringen van de eerste plaats. Niettemin: in weerwil daarvan zal Paulus, op de oudste afbeeldingen van het tweetal, op de ereplaats staan: ter rechterzijde van Christus. Petrus staat ter linker zijde.

Het mozaÔek van de abscis van de Santa Pudenziana in Rome. Deze kerk is de oudste cultusplaats in Rome: de kerk is gebouwd op de resten van een Romeins huis, dat van Pudens. Op het mozaÔek zien we een tronende Christus met aan zijn rechterhand Paulus en de Ecclesia ex gentibus, en aan zijn linkerhand Petrus en de kerk uit de Joden. Op de achtergrond Jeruzalem, met de nieuwe bouwwerken van Constantijn in die stad, zoals de ronde koepel die hij over het heilige graf heeft laten bouwen en het kolossale gouden kruis dat hij op de Calvarieberg liet plaatsen.

Paulus' laatste rustplaats wordt buiten de muren van Rome gelocaliseerd; op de vermeende laatste rustplaats van Petrus (binnen de muren!) zal eerst keizer Constantijn, en later Bramante e.a. (in opdracht van paus Julius II) een Sint Pieter bouwen: Petrus is immers de rots waarop de kerk zal worden gebouwd (Matteüs 16:18)! Tot op de dag van vandaag houdt men het erop, dat het graf van Petrus te vinden is onder het hoogaltaar van deze kerk. 'Lucas' had nog oog voor de gelijkwaardigheid van deze beide vroege geloofsgetuigen, toen hij in "De handelingen van de apostelen" vooral aandacht schonk aan het werk van deze beide grondleggers van de kerk.

Epiloog (2)
Hoe heeft het optreden van Paulus doorgewerkt in onze cultuur?

Eén van de karakteristieken van het Joodse geloof is dat God, de god van Israël, de enige en allerhoogste God is. Hij is superieur aan alle goden die, waar dan ook, worden vereerd. Oorspronkelijk was de vorst (David) zijn representant op aarde. Maar in de loop van de tijd, en met name tijdens de ballingschap, ontwikkelde zich het besef dat de wereldlijke macht op gespannen voet kon staan met de metafysische werkelijkheid; en dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat de vorst de 'hemelse gerechtigheid' representeert: veel heersers bleeken ongeloofwaardig in hun aanspraken om representant te zijn van God: men herkende hen als bedriegers.
Paulus was het die de gedachte dat niet de keizers (en andere wereldlijke machten) maar alleen de gekruisigde rabbi uit Nazareth verwijst naar wat ware gerechtigheid is, en daarmee naar de Allerhoogste. De goddelijke gerechtigheid wordt zichtbaar aan wat wordt voltrokken aan de onschuld in eigen persoon. Aan deze boodschap heeft Paulus universele geldigheid toegekend; en hij heeft op grond daarvan een nieuwe gemeenschap geproclameerd, die - en dat is voor het eerst in de geschiedenis - niet etnisch was bepaald. Een gemeenschap waarin het niet uitmaakte of je besneden was of niet, of je behoorde tot het verbondsvolk (Israël)of niet, of je slaaf was of vrije, man of vrouw. Hem was het te doen om een "gemeenschap van heiligen" in het spoor van de gekruisigde en in dienst van de "onbekende God". Het kruis was een 'steen des aanstoots', iets waar niemand trots op kon zijn: maar omdat deze schande nu juist een rechtvaardige was aangedaan bleek daaruit zonneklaar hoe flagrant wereldse machten de goddelijke gerechtigheid met voeten treden.

Daarmee is Paulus geworden tot een idool van veel utopisten na hem die, op grond van een of ander ideaal, ten strijde trokken om de wereld te verbeteren. Zo werd vaak een heilige strijd geproclameerd tegen de gevestigde orde: omwille van de goede zaak. Dat veel dergelijk fanatisme uiteindelijk nogal eens heeft geleid tot ontsporing, waardoor meer kwaad dan goed werd aangericht, doet niets af aan het belang van de universele visie van Paulus op het politieke vraagstuk.

Munt uit Tarsus waarop Mithras staat afgebeeld, die de stier doodt; de Mithrascultus was erg populair onder legioensoldaten; de Mithrascultus zou in de eerste eeuwen de grote concurrent blijken van het Christendom; het is niet ondenkbaarde dat Paulus weet heeft gehad van deze mysteriegodsdienst. De munt werd weliswaar geslagen rond 240 n. Chr., maar er zijn sterke aanwijzingen dat Tarsus reeds veel vroeger met de Mithrascultus in aanraking is gekomen.

Epiloog (3)
Een chronologie van het leven van Paulus
De bronnen die ons informeren over het leven van Paulus bestaan uit de brieven, die Paulus schreef, en uit het boek De handelingen der apostelen dat door 'Lucas' werd geschreven. De informatie, die Paulus in zijn brieven biedt, is - daar gaan we vanuit - betrouwbaar. Op grond van die informatie is het slechts mogelijk om een 'relatieve chronologie' vast te stellen. Dat wil zeggen dat de volgorde van de gebeurtenissen tot op zekere hoogte te reconstrueren is, maar dat we geen vaste aanknopingspunten hebben op grond waarvan de gebeurtenissen verbonden kunnen worden met jaartallen. De handelingen van de apostelen zijn historisch dan wel niet erg betrouwbaar, maar er staan een aantal zaken in vermeld die mogelijk toch teruggaan op bepaalde gebeurtenissen, waardoor er soms een gerechtvaardigd vermoeden kan bestaan met betrekking tot de datering van een gebeurtenis. Op grond van de gegevens uit de brieven en op grond van bepaalde notities uit Handelingen is het volgende overzicht gemaakt:


Toelichting:
Behalve dat uit de brieven deze volgorde van de gebeurtenissen redelijk betrouwbaar te reconstrueren is geeft Paulus hier en daar ook nog informatie over de duur van bepaalde perioden:
- pas twee volle jaren na zijn bekering ging hij naar Jeruzalem om kennis te maken met Petrus (Galaten 1:18)
- na verloop van dertien volle jaren ging hij opnieuw naar Jeruzalem om er zijn gedachtegoed te bespreken met de leiders van de oudste gemeente

In de "Handelingen van de apostelen" vertelt 'Lucas' dat het verblijf van Paulus in Corinthe 1½ jaar heeft geduurd (Hand. 18:11); en dat hij tijdens zijn verblijf in Efeze gedurende twee jaar dagelijks voordrachten hield in de school van Tyrannus (Hand. 19:10). Er is weinig reden om aan de betrouwbaarheid van deze informatie te twijfelen.

In dit geschrift lezen we ook, dat Paulus tijdens het tweede verblijf in Corinthe (of moet dit zijn: tijdens zijn derde verblijf?), voor de rechterstoel van Gallio moest verschijnen (Hand. 18:12); dit zal, op grond van een inscriptie met daarop de naam van Gallio die in Delphi is gevonden, vermoedelijk rond het jaar 51 zijn geweest. In de "Handelingen" wordt er, na het bericht over de arrestatie van Paulus in Jeruzalem en de zaak die tegen hem wordt aangespannen verteld dat, tijdens Paulus gevangenschap, Antonius Felix wordt opgevolgd door Porcius Festus (Hand. 24:27). Flavius Josephus heeft weet van deze 'wisseling van de wacht': op grond van zijn informatie wordt vermoed dat de benoeming van Festus verband hield met het aantreden van een nieuwe keizer: Nero. In dat geval zou deze kort na 54 hebben plaatsgevonden. Niet lang daarna zou Paulus als gevangene naar Rome zijn gebracht. De reis naar Rome zou lang duren: volgens 'Lucas' zag men zich gedwongen tot een overwintering op een eiland (Malta??) gedurende drie maanden (Hand. 28:11). In Rome zou Paulus nog 2 jaar in een huurhuis hebben verbleven (Hand. 28:30).

Zelfs als we ervan zouden uitgaan dat al deze gegevens betrouwbaar zijn, dan nog zou het niet goed mogelijk zijn om een exacte chronologie van Paulus' leven te reconstrueren.

Terug naar het begin van deze pagina


Meer weten over deze website? Ga naar de TITELPAGINA of naar de SITEMAP.

Reactie? Zend een E-mail

© A.E.J. Kaal, 2016.