EEN 18DE EEUWSE IKOON VAN DE ONTSLAPING VAN DE MOEDER GODS




"Het was nodig, dat Zij die bij het baren haar maagdelijkheid ongerept bewaarde, haar lichaam ook na de dood zonder enig bederf behield. Het was nodig, dat Zij die de Schepper als kind in haar schoot gedragen had, in de goddelijke woontent zou verblijven. Het was nodig, dat de bruid, die de Vader verloofd had, in het hemels bruidsvertrek zou wonen. Het was nodig, dat Zij die naar haar Zoon aan het kruis had opgeschouwd, en het lijdenszwaard, dat Zij bij de geboorte van haar kind was ontvlucht, in haar borst gestoken kreeg, haar Zoon naast de Vader zetelend zou aanschouwen. Het was nodig, dat de Moeder Gods hetgeen haar Zoon heeft zou bezitten, en door alle schepsel als Gods Moeder en dienstmaagd zou geŽerd worden."

(Aldus: Johannes Damascus)

Bovenstaande tekst is één van de teksten, die door Paus Pius XII in de Apostolische Constitutie 'Munificentissimus Deus' van November 1950 worden geciteerd 'waardoor, als geloofsdogma gedefiniëerd wordt, dat de Moeder Gods en Maagd Maria met lichaam en ziel tot de hemelse glorie is opgenomen'.


Reactie? Zend een E-mail

Naar de volgende pagina

Terug naar het begin van de ikonengalerij

© A.E.J. Kaal, 2013.